Float glas
Floatglas wordt ook wel enkel glas of ongehard glas genoemd. Het wordt gemaakt uit een mengsel van zand, kalk, soda, dolomiet, glasgruis. Het is de basis voor de meeste soorten glas zoals gelaagd glas of dubbel glas. Het gesmolten glas wordt bovenop de gesmolten tin gegoten en doordat het glas lichter is, blijft het drijven op het tin. Gesmolten materialen hebben de eigenschap om een perfect gladde oppervlakte te hebben. De dikte van het floatglas kan verschillen van 2mm tot en met 25mm.
Doordat het geen hardingsproces heeft doorgemaakt, breekt het glas in grote scherpe scherven. Er dient dan ook voorzichtig mee omgegaan en het is niet aan te raden voor toepassingen als glazen deuren, douchewanden of spatwanden.
Binnen het floatglas onderscheiden we nog twee types glas, nl. klaar glas en extra klaar glas.
Het normale float glas, klaar glas, heeft door het gehalte aan ijzeroxide dat het zand bevat, een licht groene kleur. Door het smelten van normale float op een hogere temperatuur én toeevoeging van andere middelen, wordt het ijzeroxide verwijderd. Zo bekomt men extra klaar glas.
Gelaagd glas
Gelaagd glas bestaat uit twee of meer ruiten. Deze zijn met elkaar verbonden door een transparante, onzichtbare laag van kunststof. Bijvoorbeeld gelaagd glas 33.1 betekent twee ruiten van 3 mm dik met daartussen één folielaag, 44.2 betekent twee ruiten van 4 mm dik met daartussen 2x een folielaag.
Deze folielagen zorgen ervoor dat bij breuk het glas bij elkaar wordt gehouden. Hierdoor ontstaan er geen gevaarlijke scherven of openingen in het glas en is er dus geen risico op ernstig persoonlijk letsel. De glasscherven hechten zich stevig aan de tussenlaag. Door variaties aan te brengen in aantal en dikte van glas- en PVB tussenlagen, voldoet gelaagd glas aan diverse veiligheidsniveaus, zodat u het kunt gebruiken als veiligheids- en beveiligingsbeglazing.
Gehard glas
Gehard glas is veel sterker (5 keer) dan gewoon glas. Gehard glas heeft die eigenschap omdat het een thermische behandeling ondergaan heeft, waarbij het tot meer dan 600° C opgewarmd wordt. Na het opwarmen wordt het glas erg snel afgekoeld, waardoor het gaat krimpen.
Doordat gehard glas zo sterk is, kan het na de thermische behandeling niet meer bewerkt worden. Alle bewerkingen (uitsnijdingen, boringen, ...) moet dus voordien gebeuren.
Gehard glas is veel moeilijker te breken dan gewoon glas, hetgeen zeer belangrijk is op veiligheidsvlak . Omwille van deze veiligheid wordt gehard glas dan ook meestal gebruikt voor toepassingen als glazen deuren, douchewanden, ...
Als het dan toch breekt, heeft het een heel ander breukpatroon dan standaard floatglas. Terwijl gewoon glas scherven vormt bij het breken, valt gehard glas uiteen in kleine, afgevlakte stukjes glas. Dit minimaliseert het risico op verwondingen.
Voor balustrades met doorvalmogelijkheid geniet gehard gelaagd glas de voorkeur. Door de tussenliggende folielagen worden de glaspanelen bij elkaar gehouden in geval van breuk. Bekijk hier een test.
Een nadeel bij gehard glas kan de afwerking zijn. In tegenstelling tot bij float glas, worden de glasplaten eerst gepolierd en dan pas gelamineerd. Daardoor kan een verschuiving van de glasplaten optreden. Dan is een resultaat zoals hieronder afgebeeld mogelijk.
Verschoven GLAspanelen na laminatie
Bij floatglas wordt er eerst gelamineerd en dan pas versneden en gepolierd waardoor de afwerking constanter is.